Alles over wijn. Geschiedenis, informatie.

Wijn is een drank die ontstaat na het vergisten van het sap van druiven. Er zijn verschillende soorten wijn: rode wijn, witte wijn, rosé en mousserende wijn zoals Champagne, Cava en Lambrusco. In chemische zin bestaat wijn uit water, suikers, alcohol, reseratrol, quercertine, taninne, koolzuurgas (in mousserende wijnsoorten), hars(in retsina) en andere kleinere stoffen.

Wijn algemene informatie in het kort.

Een deskundige op het gebied van wijn noemt men een vinoloog. De oenologie is de tak van de wetenschap die wijn (maken, bewaren, verhandelen, etc.) bestudeert. De universiteit van Bordeaux kent een faculteit oenologie, maar in vrijwel elk wijngebied zijn er landbouwhogescholen waar het maken van wijn wordt onderricht.

Er zijn ook met wijnalcohol versterkte wijnen, zoals Madeira, Port, Sherry en Vermout. Volgens een Frans decreet uit 1907 moet wijn uit het sap van verse of gedroogde druiven bereid worden. Wanneer men het sap van andere vruchten dan druiven laat vergisten, heet het product vruchtenwijn.

De wilde wijnstok Vitis vinifera is de wingerdsoort die druiven produceert. Deze wingerd komt uit de Kaukasus. Door deze centrale ligging verspreidde de druif zich snel. In Mesopotamié (het huidige Iran en Irak) zijn bij archeologische opgravingen kruiken van 7000 jaar geleden aangetroffen met sporen van wijn. Wijn werd daar verbouwd in het vruchtbare Tweestromenland van de Tigris en de Eufraat. Door handel met naburige landen (Libanon en Palestina) verspreidde de kennis van de wijnbouw zich. Zodoende kwam deze in het oude Edypte terecht. Al vanaf 3000 v. Chr. hebben de Egyptenaren ons vele afbeeldingen en wijnsporen nagelaten.

Circa 2000 jaar v. Chr. bereikte de druivenstok Griekenland. Op Kreta zijn amforen en een wijnpers gevonden die dateren van 1500 jaar voor onze jaartelling. De kunst van het wijnmaken heeft zich daarna vanuit Griekenland verder verspreid naar Italie, Frankrijk en Spanje. Amforen waren kruiken in aardewerk die gebruikt werden om graan of vloeistoffen in te bewaren. Omdat een amfora te poreus was om wijn in te bewaren werd er hars aan de wijn toegevoegd. Omdat hars de houdbaarheid van wijn kennelijk verbeterde bleven de Griekse wijnbouwers hars aan hun wijnen toevoegen: de retsina was de meest bekende Griekse wijn en wordt nog altijd gemaakt. Een andere reden voor de toevoeging van hars die genoemd wordt, is dat mensen aan de harssmaak gewend zouden zijn geraakt, en deze anders zouden missen. Vanaf 1980 werden moderne vinificatiemethoden in Griekenland geïntroduceerd en appellations contrôlées ingevoerd.

De oude Grieken dronken hun wijn verdund met water, en gebruikten daarvoor een drinkschaal.

De meeste wijngebieden in het huidige Frankrijk (de Elzas is de uitzondering) dateren uit de Romeinse tijd. De wijnbouw kende onder de Romeinen een periode van grote bloei, echter in de vijfde eeuw na Christus stortte het Romeinse Rijk ineen en de meeste wijngaarden werden vernietigd door Germanen en Moren. In het begin van de Middeleeuwen raakte de wijncultuur in verval. Hij kwam weer tot bloei met de komst van het christendom: elk klooster had een eigen wijngaard om miswijn te maken. In de streek van Doornik tot Luik werd in de 10e eeuw wijn gemaakt.

Tot in de 17e eeuw werd hoofdzakelijk jonge wijn gedronken. Door het gebruik van kurk werd het daarna mogelijk wijn langer in flessen te bewaren.

In de periode vanaf 1864 werden duizenden hectaren wijngaarden in Frankrijk vernield door de druifluis (Phylloxera vastatrix). Het onderzoek van Pasteur naar de oorzaken van ziekten van wijn en de methode om wijn te bewaren legde de grondslag voor de oenologie. De Franse wijnbouw werd gered door Europese druivensoorten te enten op Amerikaanse stammen die resistent waren voor de vraatzucht van de druifluis. De Amerikaanse variant bleek namelijk in staat om opnieuw wortelpunten aan te groeien.

Geschiedenis van Wijn en wijnbouw.

Oorsprong van de wijnstok.

De Europese wijnranken zijn afkomstig uit het Indo-europese trasnskaukasie (het huidige Azerbeidzjan, Georgië en Armenië). Dit is gebleken uit vondsten van botanisten en archeologen. Al 8000 jaar geleden werd hier wijn gemaakt. Op dit punt komen de bijbelse verhalen en de werkelijkheid bij elkaar. Is het niet – volgens de plaatselijke legende – op de berg Arart in Armenië dat de ark van Noach na de zondvloed gestrand zou zijn.

Terwijl de oorsprong van de ‘wijnvoortbrengende wingerd’’de Vitis vinifera, Transkaukasie ligt, lijkt de Vitis-familie veel ouder te zijn. Fossielen van zestig miljoen jaar geleden tonen al afdrukken van de druivenbladeren. Ook in sedimenten van Tertiar en Quartair zijn sporen, bladeren en pitten van oude Vitis-soorten gevonden. Tijdens twee ijstijden wist de wingerd zich in een aantal beschermende gebieden te handhaven, met name in Noord-Afrika, Spanje, Italië, Griekenland, De Balkan en het eerder genoemde transkaukasie. De wijnstok was oorspronkelijk een slingerende liaan die het liefst langs loofbomen groeide (tot tien of twintig meter hoog!) en het beste deed in gebieden met een warme en regenachtige zomer. In verscheidene delen van de wereld gedijen andere vitis-rassen. In Noord-Amerika bijvoorbeeld waren geen Vitis-vinifera-wijnstokken; wel honderden andere telgen. Eén daarvan, de Vitis Labrusca bracht grote druiven voort. Deze soort wordt in Amerika nog wel voor wijn gebruikt, wat de wijnen een teerachtige smaak geeft, de ‘ Foxy’ eigenschappen die zo karakteristiek is voor de oorspronkelijke Californische wijnen. In totaal zijn er meer dan zestig Vitis-soorten in de hele wereld. Slechts 1 daarvan, de Vitis vinifera, wordt thans gebruikt voor het maken van kwaliteitswijnen.

Door een uitgekiende selectie van rassen en door een steeds groter wordende bekwaamheid van de wijnbouwers werd de wijnbouw langzamerhand bijna overal mogelijk, zelfs in de relatief koude delen van Europa zoals Duitsland, Nederland en Engeland. Ook in het eigelijk te vochtige klimaat van de Atlantische Oceaan (Calicia, Portugal) en in het veel te droge Middellandse-Zeegebied is wijnbouw tot de mogelijkheden gaan behoren.

De Oudheid.

Wijn en wingerd in de mytologie

In de bijbel wordt ons verteld hoe Noach de wingerd plantte (Genis, IX,23). Hij haalde zijns tokken blijkbaar uit het aardse paradijs Wij weten immers dat Dam, na het nuttigen van de verboden vrucht, al gauw naar enkele wijnbladeren greep om er zijn beschaamde naaktheid te de bedekken. Ook bekend is de pasage waarin Noach dronken wordt van zijn zelfgemaakte wijn. In de Bijbel lezen we ook over Mozes en zijn volgelingen, die op weg naar het beloofde land menige wijngaard tegenkwamen in het land van kanaan. We herinneren ons ook de paniekerige taferelen bij het huwelijksfeest van Cana, toen de gasten plotseling ontdekten dat de wijn op was. Maar het was bij het avondmaal dat wijn de allerhoogste sferen bereikte, toen Jezus zijn apostelen toesprak en wijn tot’ het bloed van Christus’ doopte.

Bij de Feniciers, de Grieken en de Romeinen was wijn een goddelijke drank. Dionysus en zijn Romeinse evenbeeld Bacchus waren en grote liefhebbers van. In talloze religieuze en heidense ceremoniën  stond wijn centraal en vloeide  deze drank rijkelijk.

De huidige wijnbouw begon toen mensen de wijnranken daadwerkelijk gingen stekken en vermenigvuldigen. De nieuwe plantjes werden in hun struikvorm  gelaten of langs natuurlijke ondersteuning geleid. Nauwelijks duizend jaar later bereikte de wijnbouw Egypte. Van daaruit – waarschijnlijk dankzij de Feniciers – werd ook Griekenland bereikt. Op hun brachten Etrusken de wijnbouw naar Italië, drieduizend jaar geleden. De Romeinen waren verantwoordelijk voor het uitbreiden van wijngaarden in Europa. Overal waar de Romeinse legioenen maseerden werden wijngaaden aangelegd. Op deze manier hoefde het de Romeinse soldaten nooit aan geoddelijk vocht van Bacchus te ontbreken.

Behandeling van antieke wijnen.

In de klassieke oudheid was de technologie nog niet bijzonder ontwikkeld en duurden de reizen zeer lan. De courante wijnen ondergingen niet of nauwelijks enige vorm van behandeling: na een spontaan verlopen gisting werden ze in grote amfora’s of kruiken bewaard en daarna snel opgemaakt. De wijnen die daarentegen voor de handel bedoeld waren moesten vaak wel een of andere behandeling ondergaan. Zo voegde men tijdens de vinificatie honing of krenten toe aan de sappen om het alcoholgehalte te verhogen (alcohol wordt verkregen door het omzetten van suikers), zodat de wijnen beter tegen transport bestand zouden zijn. Ook werden ze soms opgewarmd of zelfs gekookt om ze sneller te laten ‘ouderen’. De zo verkregen wijnen waren stroop achtig zwaar en strek alcoholeolisch. Men moest de met eeb of twee delen zeewater aan lengen voor ze gebronken kon worden. Veel wijnen werden ook met diverse toevoeging op smaak gebracht – tegenwoordig zouden we misschien eerder zeggen: van hunslechte smaak ontdaan. Hiervoor gebruikte men specerijen, kruiden, peper, hars, bloemen, wortels, bladeren, schors of vruchtensap.

Van de oudheid tot de middeleeuwen.

Toen het Romeinse rijk instorten door aanvallen van Germaanse barbaren vanuit het Noorden en Moorse islamieten vanuit het Zuiden werd de Europese wijnbouw zo goed als volledig weggevaagd. Slechts hier en daar rondom grote steden  met name, bleven de wijngaarden intact. Onder Islamitische overheersing werd bijna overal hard opgetreden tegen de wijnbouw. Ironisch genoeg werd echter to begin 19e eeuw één beroemd wijngebied door de Sjiitische moslims met rust gelaten: de Sjirazastreek, in het huidige Iran.

In heel Europa heerste een onzeker, vijandig klimaat. De vele oorlogen brachten onrust, honger eb armoede. Niemand was onder deze omstandigheden in de wijnhandel geïnteresseerd. Het was de Katholieke Kerk die de traditie van het Avondmaal – wijn als het bloed van Christus – in ere hielt, en hiermee de Europese wijnbouw van een totale ondergang redde. Priesters  en monniken (her) planten de wijnstokken overal in Europa, nier zozeer om kwalitatieve wijnen te produceren, maar vooral om de kerk van miswijn te voorzien. Wat in het begin bedeolfd was om de liturgie te dienen, werd al gauw een gouden handel.

De Middeleeuwen.

De ontwikkeling van de Bordeaux en het zuidwesten.

Aan het eind van de Middeleeuwen genoot een aantal wijngebieden van grote bekendheid; het Franse Anjou, Chatentes (Cognac), Poitou, Cahors en Gascogne en de Duitse gebieden rondom de Ahr, de Rijn, Moezel en de Nahe. Evenals de Elzas. Nadat de laatste bolwerken van Moorse overheersers in Zuid-Europa waren neergehaald, ontwikkelde d wijnbouw zich weer heel snel, mede dankzij de monniken. De ahndel vond voornamelijk plaats langs de Seine en de Rijn, maar verplaatste zich al gauw Zuidwaarts, naar La Rochelle, Bergerac en Bordeaux. Het waren de Vlamingen en de Engelse die de handel zo lieten floreren. In de 13e eeuw ontwikkelde de wijnbouw rond Bordeaux zich in een hoog tempo. Rijke inwoners van de stad financierden enorme ontbossingoperaties op armere gronden langs de rivieren de Garonne en de Dordogne, en vestigde zich als kersverse landheren in de wijngaarden van Bordeaux. Omdat de kwaliteit van de oogsten niet altijd gegarandeerd was maar de vraag ernaar met rasse schreden steeg, ontstond er behoefte aan ‘reservewijnen’ voor de Bordeauxstreek. Langs de Garonne. De Tarn en de Dordogne verrezen zelfs tot aan Auvergne, wijngaaden als paddestoelen uit de grond. Bestaande wijnbouwgebieden, zoals Saint-Emilion, Bergerac, Cahors en Gaillac, breidden zich toen behoorlijk uit. Aan de uitbreiding kwam een abrupt einde tijdens de oorlogen tussen de Engelse en de Fransen, eind 13e , begin 14e eeuw Vele wijngaarden werden – om militaire redenen – gerooid.

Duitsland en de Rijnwijnen.

In dezelfde periode waarin de wijnen van Aquitaine grote faam kenden, floreerde de handel in rijnwijnen, voornamelijk in de stad keulen. Onder de noemer Rijnwijnen verstond men ook wijnen van de Elzas, Baden, Pfalz, Main en Mosel. In Duitsland weden voornamelijk witte wijnen verhandeld, zodat van echte concurrentie met Aquitaine en de andere Franse wijnregio geen sprake was, ze vulden elkaar eerder aan. De opkomst van de brouwerijen enkel zeer slechte oogsten, religieoorlogen en een zekere stagnatie van de vraag zorgden er helaas voor dat de gouden tijden van de Duitse wijnbouw al in de 17e eeuw voorbij waren. Overal verloor de wijnbouw terrein, en de roem van deze ooit zo gewaardeerde wijnen beperkte zich tot een steeds kleiner wordende kring.

Andere wijnbouwgebieden.

Elders in europa, maar ook in Frankrijk zelf maakte de wijnbouw dramatische tijden door. In de Middeleeuwen genoten de Italiaanse wijen van Piemonte, Valtellina, Trentino-Alto Adige en Zuid-Tirol grote faam. Evenals die van de tegewoordige franse Savoie (Apermont). In Frankrijk was het grote zuidwesten in opmars. Naast wijnen uit Bergerac, Gaillac en Cahors kwamen wijnen van Madiran en Marcillac op. De wijnen uit de Bourgogne beleefden pas aan het einde van de 14e eeuw een doorbraak, toen Bourgondië en Vlaanderen één groot rijk werden. Doordat de Bourgogne wijnen echter uitsluitend via de weg vervoerd konden worden, kregen ze lange tijd te maken met de concurrentie van de Duitse (gemakkelijk via de Rijn te vervoeren) en de zuid-Franse wijnen over zee. Dankzij hun hoge kwaliteit werden ze echter steeds bekender bij de gefortuneerde Vlaamse families. In Spanje, na de herovering op de Moren (de Reconquista), bloeide de wijnbouw weer op. De wijngaarden hadden echter behoorlijk te lijden gehad van de Moorse bezetting, en daardoor was de kwaliteit van de wijn dusdanig slecht dat de Spanjaarden hun wijn vanuit het Franse zuidwesten bleven importeren. Naast de wijnen Rioja en Navarra, die n die tijd nog matig van kwaliteit waren, bestonden er enkele zurige, lichte wijntjes, zoals het Baskische Txakoli en de wijnen uit Galicia.

Wijnen uit het Middellandse-Zeegebied.

Onder de bekende wijnen uit de gebieden rondom de Middellandse zee vielen niet alleen de Italiaanse wijnen; ook de Griekse wijnen kennen – mede dankzij de dorstige Italianen – gouden tijden. Op de vele Griekse eilanden werd traditionele wijnbouw door de Tempeliers nieuw leven ingeblazen. De Commandaria- en Malvasiawijnen genoten zo veel faam dat ze spoedig overal nagemaakt werden, met name door de Spanjaarden Malage en de Portugezen (Madera), maar ook door Italianen (bijvoorbeeld Recioto della Valpolicella, Malvasia en vele Griekse wijnen uit Zuid-Italie).

 

De 17e en 18e eeuw.

Hollandse brandwijnen.

Omdat het vervoeren van wijn riskante en vooral een dure aangelegenheid was besloten onze zuinige voorouders de techniek enigszins te veranderen. De prachtige Bordeaux wijnen en de zuidwestelijke wijnen werden opgewarmd tot hun volume behoorlijk as afgenomen. Zo waren de wijnen wel te vervoeren en namen ze minder ruimte in. Deze brandwijnen vonden aftrek in Nederland. Ze werden puur of met water aangelengd gedronken. Diezelfde brandewijn werden ook gebruikt om de betere zuid-Fanse wijnen te versnijden. Aan deze betere wijnen werd een flink deel brandewijn toegevoegd, zodat ze de reis beter konden doorstaan. Omdat de Hollanders de handel in Bordeaux te nadrukkelijk begonnen de overheersen – dit erg tegen de zin van de Franse koning Lodewijk XIV en minister Colbert – werd deze Hollandse overheersing snel een halt toegeroepen. Dat de Hollanders ook nog zo trots waren op hun republiek was de Franse monarch eveneens een doorn in het oog. In 1672 was de oorlog tussen Nederland en Frankrijk een feit. Als belangrijkste consequentie van deze oorlog noteren we de plotselinge totale desinteresse van de Hollanders voor de Bordeaux en de Zuidwestelijk wijnen, en de zoektocht naar alternatieve. Nieuwe wijngebieden werden gevonden in Portugal, Spanje en op het eiland Maidera. Na de vrede van Nijmegen in 1678 mochten de Holanders onder zeer gunstige voorwaarden terugkomen in de Bordeauxstreek, waar ze met open armen ontvangen werden. Verrassend hierbij is dat de Engelse – die tijdens het Frans-Nederlandse conflict aan de Franse zijde vochten – deze gunstige voorwaarden niet kregen. Gefrustreerd lieten ze op hun beurt de Franse wijnenlinks liggen en richten zich op Portugal (port) en Spanje (sherry).

Opkomst van nieuwe dranken.

Bier was al een tijdje populair in Duitsland, Nederland en Engeland, evenals Schotse whiskey, Hollandse jenever, Engelse gin en diverse tropische distellaten zoals rum en Curaçao triple sec. Het was en die tijd veel gezonder om wijn te drinken dan water of zelfs melk. De kwaliteit van bier was ook niet altijd even goed, zodat men relatief veel wijn dronk. De concurrentie voor wijn kwam uit een onverwachte hoek: geen alcoholische dranken, maar oppeppende dranken zoals theen, koffie en chocolade, die ontdekt waren tijdens hele verre reizen. In Engeland werden de ‘coffee houses’ een ware rage, daar schonk men naast koffie, thee en chocolade ook steeds betere wijnen en dan voornamelijk de versterkte zoals Port, Sherry, Malaga of Madera. Pas begin van de 18e eeuw toen de Engelse opnieuw interesse toonden in de Franse wijnen uit de Bordeaux, die inmiddels zich veel verbeterd hadden, groeide de handel in deze French Claret en ook in de Champagne wijnen gestaagd.

De doorbraak van de champagne en andere hoogwaardige wijnen.

Terwijl de monniken van de Champagne streek het liefst stille wijnen maakten, waren de Engelse juist verzot op de ‘mad wines’ die zo onstuimig en ontdeugend in het glas parelden. Ze lieten de plaatselijke monniken zien hoe  ze de wijnen in dikke Engelse flessen moesten bottelen en voorzien van een (Spaanse) kurk. Wijnmaker Dom Perignon en zijn collega’s slaagde er ondanks vele pogingen niet in om de spontane gisting op de fles tegen te houden, maar dankzij hun werk werd de kwaliteit van de champagne wijnen enorm verbeterd. De strijd tegen de belletjes werd gestaakt en de mousserende champagne wijnen vonden grote aftrek. In De bourgogne waren het vooral de rode wijnen die bekendstonden om hun uitstekende kwaliteit, De witte wijnen werden jong gedronken en dienden vaal als huiswijntjes, De voorkeur van de rijke ging uit naar de vollere Rhonewijnen, met name Cote Rotie en Hermitage, In Engeland hebben deze wijnen echter nooit met de French Claret kunnen wedijveren.

 

De suprematie van zoete wijnen.

In de 18e eeuw ontwikkelde zich, naast de al bekende Madere, Port, Sherry, Malage en de zoete Griekse wijnen, nog een aantal grote zoete wijnen. Met name de Siciliaanse Marsala en de Muscat de Lanquedoc, afkomstig uit Frontignan, wonnen aan populariteit. De interesse van de diverse Europese hoven ging niettemin steeds meer uit naad de wijnen uit de Hongaarse Tokaij. Door hun verrassende succesverhaal werden de fameuze Tokaij wijnen als snel overal geïmiteerd: niet alleen in Duitsland, de Franse Jura en Noord-Italie, maar ook in Mobazillac en Sauternes. De faam van deze wijnen steeg in recordtempo, en de prijs ging nog sneller omhoog. In diezelfde periode rees ook het besef dat sommige wijnen van uitzonderlijke kwaliteit geïmiteerd werden., met sterke wisselende resultaten. Niet alleen de techniek en de bekwaamheid van de wijnmaker waren van beland, maat ook de geografische herkomst, het ‘terroir’. Men ging zich serieus beraden op de middelen om het namaken van de beteren wijnen tegen te houden, Zo werd Port eind 18e eeuw de eerste officiële wettelijk beschermde herkomstbenaming, Samen met de Engelse wed door de wijnmakers uit Bordeaux en omstreken gewerkt aan een classificatie van de betere wijnen ( ‘vins fins’) afkomstig uit afgebakende gebieden ( ‘terroirs délimités’). Ook begon men de betere wijnen op hout te vinifieren en te bewaren.

De aanloop naar de moderne tijden.

Terwijl in de 17e en 18e eeuw nog vooral welgestelde burgers wijn nuttigden, ontdekten langzamerhand steeds meer armere mensen de charmes van wijn. Vooral in Spanje (Navarra en Rioja) en Italië werd wijn een populaire drank. Het Franse zuidwesten volgde wat later, maar het was vooral tijdens de Industriële revolutie in de 19e eeuw dat de wijnconsumptie explosief toenam. Terwijl de rijken hun Champagne, Bourgogne of Bordeaux dronken, deden de arbeiders zich te goede aan Loire of Beaujolaiswijnen.

De wijnbouw maakte een bijzondere moeilijke tijd door aan het eind van de 19e eeuw toen een vraatzuchtige luis, de Phylloxera vastatrix, bijna alle wijngaarden van Europa vernietigden. Omdat de wijngaarden kort daarvoor al flink verzwakt waren door een meeldauwinvasie, waren de gevolgen rampzalig. Gelukkig ontdekte men toen dat de Amerikaanse wijnstokken immuun waren voor deze gevreesde luis. Jonge Europese loten werden op Amerikaanse onderstokken geënt zodat alle wijngaarden herplant konden worden. Het wijnbouwgebied was echter dusdanig aangetast dat het nooit meer zo groot is geweorden als voor de Phylloxera invasie.

De 20e eeuw.

In de 20e eeuw beleefde de wijnproductie een gigantische technische en wetenschappelijk ontwikkeling, mede dankzij de toegepaste mechanische en de groeiende wetenschappelijke begeleiding, waardoor de gezondheidstoestand van de wijngaarden en van de wijnen zelf verbeterde. Kleine zelfstandige wijnboeren groepeerde zich in grot coöperaties die op deze manier konden beschikken over de modernste vinificatie en opvoedingstechnieken. Na dubieuze periode rond de jaren zestig en zeventig  waarin de wijnindustrie zich op grote schaal met de massaproductie bezighield, is men zich bewust geworden van het enorme belang van kwaliteit en authenticiteit. Ook in de zogenaamde nieuwe wijnlanden (waarvan sommige al 500 a600 laar geleden wijn maakten) heerst dit besef steeds meer. Nu in de 21e eeuw is men er meer dan ooit van bewust zich te richten op kwaliteit en authenticiteit.

Classificatie 1855 van de Bordeaux wijnen.

Cru = oorspronkelijk gewas (in Champagne alleen in vastgestelde regio's)
Grand Cru = groot gewas (ofwel zéér goede wijn bv. in de Bourgogne)
Premier Cru = in de Bourgogne net onder de Grand Cru (met gemeentenaam)
Grand Vin = grote wijn (gebruikt in Bourgogne)
Cru Classé = een van de vijf geklasseerde crus van de Médoc (classificatie van 1855)

Keizer Napoleon III vroeg voor de wereldtentoonstelling van Parijs in 1855 om een classificatie voor de beste wijnen van de Bordeaux, die daar geëxposeerd werden. Wijnhandelaren hebben daarop gereageerd door een systeem in het leven te roepen, waarbij chateau's geclassificeerd werden op basis van reputatie en handelsprijs van de wijnen. Het resultaat was de Classificatie van Bordeauxwijnen van 1855.

De wijnen werden verdeeld in 5 groepen van premier cru tot cinquième cru. Alle rode wijnen kwam uit de Medocc, behalve Chateua Haut-Brion uit Graves. Van de witte wijnen, die toen veel minder belangrijk waren dan de rode, werden alleen Sauternes' en Barsac's geclassificeerd.

De classificatie werd totnogtoe slechts twee maal gewijzigd: in 1856 werd Chateau Cantemerle 5e cru (blijkbaar was men in 1855 wat slordig geweest..) en in 1973 werd Chateau Mouton Rothschild van deuxième cru tot premier cru gepromoveerd, na intriges en interventies die in noorderlijke delen van Europa als "typisch Frans" worden ervaren, zonder dat dit wat zegt over de intrinsieke kwaliteiten van deze wijn.

Er zijn nooit wijzigingen in de classificatie geweest als gevolg van groei of krimp van de wijngaarden, wat enigszins merkwaardig is in dit environment, waar "terroir" een primordiaal begrip is.

Er wordt allang over gediscussieerd een nieuwe classificatie te maken, die meer recht doet aan de kwaliteitsverbeteringen (en -verslechteringen) die sinds 1855 zijn opgetreden. Ook enige wijnen die nu als cru bourgeois worden geclassificeerd hebben enige cru's qua kwaliteit voorbij gestreefd.

In de Bordeaux-gebieden Graves en Saint-Emillion worden alternatieve classificaties gevoerd.

Er zijn drie officiele grand cru-klasseringen in de Bordeaux:

- Het klassement van 1855 voor de Médoc wijnen (inclusief 1 rode Graves), In hetzelfde klassement werden ook de betere wijnenen uit de Sauternes en Barac vermeld.

- Het klassemnt van de Graveswijnen (1953 / 1959).

- Het klassement van de Saint- Emilion (1955).

Grand Premier cru - 1e Cru
Deuxiëme Cru - 2e Cru
Troisiéme Cru - 3e Cru
Quatriéme Cru - 4e Cru
Cinquiéme Cru - 5e Cru
 

Klassement van 1855 (herzien in 1973) Grand Cru Du Medoc.

Premier Crus:

Chateau Mouton Rothschild, Chateau Latour, Chateau Margaux, Chateau Lafite, Chateau Haut-Brion.

Second Crus:

Chateau Brane-Cantenac, Chateau Cos d’Estournel, Chateau Ducru-Beaucaillou, Chateau Dufort-Vivens, Chateau Gruaud-Larose, Chateau Lascombes, Chateau Leoville-Las-Cases, Chateau Leoville-Poyférré, Chateau Montrose, Chateau Pichon-Lonqueville-Baron, Chateau Lonqueville-Comtesse-de-Lalande, Chateau Rauzan-Segla, Chateau Rauzan-Gassies.

Troisiéme Crus:

Chateau Boyd-Cantenac, Chateau Cantenac Brown, Chateau Calon Segur, Chateau Desmirail, Chateau Ferriére, Chateau Giscours, Chateau s’Issan, chateau Kirwan, Chateau Lagrange, Chateau la Lagune, Chateau Langoa, Chateau Malescot-Saint-Exupéry, Chateau Marquis d’Alesme, Chateau Palmer.

Quatriemes crus:

Chateau Beychevelle, Chateau Branaire-Ducru, Chateau Duhart-Milon-Rothschild, Chateau Lafon-Rochet, Chateau Marquis de terme, Chateau Pouget, Cheateau Prieuré Lichine, Chateau Saint Pierre, Chateau Talbot, Cheteau La Tour carnet.

Cinquiemes crus:

Chateau d’Armailhac, Chateau Batailley, Chateau Belgrave, Chateau Camensac, Chateau Cantemerle, Chateau Clerc-Milon, Cheteau Cos Labory, Chateau Croizet Bages, Chateau Dauzac, Chateau Grand Puy Ducasse, Chateau Grand Puy Lacoste, Chateau haut Bages Liberal, Cheteau Haut Batailley, Chateau Lynch Bages, Chateau Lynch Moussas, Chateau Pédesclaux, Chateau Pontet-Canet, Chateau du Tertre.

Premiers Crus SAUTERNES
Château Yquem Sauternes, Château la tour-Blanche Bommes, Château Lafaurie-Peyraguey Bommes, Château Clos Bommes, Château Haut-Peyraguey Bommes, Château Rayne-Vigneau Bommes, Château Suduiraut Preignac, Château Coutet Barsac, Château Climens Barsac, Château Guiraud Sauternes, Château Rieussec Fargues
Château Rabaud-Promis Bommes, Château Sigalas-Rabaud Bommes

Deuxièmes Crus
Château Myrat Barsac, Château Doisy-Daëne Barsac, Château Doisy-Dubroca Barsac, Château Doisy-Védrines Barsac, Château Rabaud-Promis Bommes, Château Arche Sauternes, Château Filhot Sauternes, Château Broustet Barsac, Château Nairac Barsac, Château Caillou Barsac, Château Suau Barsac, Château Malle Preignac
Château Romer Fargues, Château Romer-du-Hayot Fargues, Château Lamothe-Despujols Sauternes, Château Lamothe-Guignard Sauternes.

De 5 Premier Grand Cru Chateau’s, Mouton Rothschild, Margaux, Haut Brion, Lafite en Latour.

Champagne.

In het noorden van Frankrijk ligt rondom de steden Reims en Epernay het meest noordelijke wijn gebied van Frankrijk genaamd Champagne. In dit gebied wordt één van de meest feestelijke en meest luxieuze dranken ter wereld gemaakt.Champagne is een wijn en wel een hele bijzondere wijn, namelijk deze wijn bruist Mouseren genaamd. De Mouserende wijn was niet gepland om te maken maar eigelijk per toeval ondekt.

Champagne is waarschijnlijk de bekendste wijn ter wereld, overal ter wereld wordt Champagne gebruikt bij feesten, trouwerijen, verjaardagen en de December feestdagen. De rede dat deze wijn zoveel finesse, delicaatheid en complexiteit heeft, heeft te maken met de geografische ligging. een kwestie van bodem en klimaat. De Falaises de Champagne, de heuvels waar de mooiste druiven worden geteeld, zijn onder een dunne bovenlaag samengesteld uit krijtlagen, de belimnita quadrata. Het is het krijt gecombineerd met de hoogte van de heuvels en het feit dat de wijngaarden op de oostelijke, zuidoostelijke en zuidelijke hellingen liggen, dat zo’n unieke conditie vormt voor de druivenstokken van de Champagne. Dat de steek op de 49ste lengtegraad ligt is ook belangrijk, want het koude weer draagt veel bij aan de finesse en zuiverheid van de wijnen.

De druiven van de Champagne worden voornamelijk geteeld in de vier gebieden: de Montagne de Reims, de Vallé de Marne, de Cote des Blancs en de Cote de Bar. Zij samen beslaan 34.000 hectare waarvan er zo’n 30.700 zijn beplant en dat verspreid over 319 crus. Deze crus hebben allemaal een officiele rangorde op de échelle des crus een hierarchie die in 1919 werd vastgesteld. Deze classificatie bepaalt de prijs waarvoor telers hun druiven mogen verkopen.

Champagne maken.

Champagne wordt gemaakt van de druivensoorten Pinot Noir, Pinot Meunier en Chardonnay, in welke samenstelling dan ook. Tege het eind van september worden de druiven met de hand geoogst en snel naar de persen gevoerd - spoed is van groot belang, omdat voorkomen moet worden dat het sap van een gebarste druif gekleurd wordt door kleurpigmenten van de schil. De druiven worden volgens exacte berekeningen geperst: aan 4000 kilo druiven kan 2550 liter sap worden onttrokken. De cuvée, of de eerste persing van 2050 liter is van een mooiere kwaliteit dan de taille, of de 500 overgebleven liters. Het sap of de most, wordt gekoeld en overgebracht naar tanks om gedurende 12 tot 24 uur te bezinken (débourbage), vervolgens wordt het van zijn bezinksels afgegoten in vaten (of kuipen, in het geval van handjevol producenten), waarin het eerste alcoholische gisting ondergaat. Deze vindt plaats gedurende een aantal weken, meestalbij een gecontroleerde temperatuur van 18 graden C. De meeste wijnmakers wekken daarna de malolactische gisting op, waarbij het scherpe appelzuur van de wijn wordt omgezet in een zachtere melkzuur. Gedurende de winter worden de wijnen vervolgens een aantal malen geklaard.

In de daaropvolgende lente vindt het mengen van deze vins clairs plaats. Dit proces waarvoor we Dom Perignon dankbaar voor moeten zijn, houdt de menging in van de verschillende druivensoorten en de verschillende crus of lokaliteiten in de wijngaarden en het toevoegen van reservewijnen van vorige jaren als de wijn een niet-vintagewijn is. Als de keldermeester of de oenoloog gelukkig is met zijn mengsel, wordt het gebotteld (tirage) met wat rietsuiker en gist (liqeur de tirage), waarna de flesssen boven elkaar sur latte in de kelder worden glegd.

Binnen in de fles vindt geleidelijk de prise de mousse, of de tweede alcoholische gisting plaats, waarbij als bijproduct koolzuurgas ontstaat dat de champagne doet bruisen. Hou kouder de kelder hoe langzamer de gisting plaatsvindt en hoe kleiner de de belletjes. Een temperatuur van 10 graden C is ideaal.

Home

Bron vermelding: De wijn encyclopedie, Roy van der Stad, De Beste Grand Crus ter wereld. Droomwijnen Bordeaux james Turnbull. www.topwijnen.info - www.topwijnen.info, The World Finest Wines.